Energie armbanden

Miljoenen mensen gebruiken de positieve effecten van magnetische energie om hun gezondheid te verbeteren en het gevoel van welzijn en wel in het bijzonder voor meer energie, meer balans en minder stress.

Het gebruik van magneetkracht voor het gevoel van welzijn is al duizenden jaren oud.

Continue Reading

Repetitive Strain Injury (RSI)

Repetitive Strain Injury (RSI) is een verzamelnaam voor spier- en gewrichtsklachten aan handen, polsen, armen, schouders, en/of nek. Deze klachten worden veroorzaakt door repeterende bewegingen. De klachten bestaan uit chronische pijn, stijfheid, tintelingen en/of een koud of dood gevoel.

RSI staat bekend als een aandoening onder beeldschermwerkers, ook wel aangeduid als ‘muisarm’. Maar ook andere beroepsgroepen als kassapersoneel, musici, lopende-bandwerkers, slagers en postbodes kunnen RSI-klachten ontwikkelen.

Continue Reading

Onze knie

Hoe ziet het kniegewricht eruit?

De knie is de schakel tussen het bovenbeen en het onderbeen. Er zijn drie botstukken betrokken bij de kniebewegingen. Deze botstukken zijn het bovenbeen (femur), in het onderbeen het scheenbeen (tibia) en aan de voorzijde de knieschijf (patella). Het kniegewricht bestaat eigenlijk uit twee gewrichten, namelijk het gewricht tussen bovenbeen en het scheenbeen en het gewricht tussen de knieschijf en het bovenbeen. Omdat deze twee gewrichten binnen één gewrichtskapsel liggen wordt het functioneel als één gewricht gezien.

Het kuitbeen (fibula) welke zich evenals het scheenbeen in het onderbeen bevindt en wel aan de buitenzijde is niet betrokken bij het bewegen van het kniegewricht, maar bij de bewegingen van het enkelgewricht. Soms bevindt zich nog een extra beentje (sesambeentje) aan de achterzijde van het kniegewricht gelegen in de kuitspier. Dit laatste beentje speelt geen rol bij het kniegewricht.

Gewrichtsbanden

De gewrichten worden verstevigd met gewrichtsbanden die ligamenten worden genoemd. De banden bestaan uit lagen sterk bindweefsel. Het kniegewricht heeft een binnenband (mediale band) die in het gewrichtskapsel ligt en een buitenband (laterale band) die net buiten het gewrichtskapsel ligt. De binnen- en buitenband zorgen voor de zijdelingse stabiliteit van het gewricht. Centraal in de knie gelegen zijn de voorste en achterste kruisband die het gewricht tussen bovenbeen en onderbeen als het ware in tweeën verdeelt. Deze laatste banden, het woord zegt het al, lopen gekruisd. De voorste kruisband die voor de achterste kruisband ligt voorkomt dat het onderbeen naar voren en de achterste kruisband voorkomt dat het onderbeen naar achteren verschuift.

Meniscus

Tussen het gewrichtskraakbeen van het bovenbeen en van het scheenbeen bevindt zich zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde een sinaasappelschijfvormig stukje kraakbeen, de zogenaamde binnen (mediale) en buiten (laterale) meniscus. De menisci zijn evenals een sinaasappelschijf aan de buitenzijde dik en worden naar binnen toe dunner. De menisci zijn bedoeld om de vorm van het gewrichtsoppervlak van het bovenbeen wat bolvormig en het onderbeen wat vlak is op elkaar aan te passen.

De menisci zijn dan ook aan de onderzijde vlak en aan de bovenzijde uitgehold. Daarnaast functioneren de menisci als schokdempers. Wanneer het gewicht op het been wordt gezet dan kunnen de menisci naar buiten uitwijken waardoor de neerwaartse kracht naar buiten wordt omgezet. Dit is vergelijkbaar wanneer men met de voet op een bal staat. De bal wordt platter en wijkt naar buiten uit waardoor een deel van de krachten die naar beneden zijn gericht naar buiten worden omgezet.

De uiteinden van de menisci worden hoorns genoemd: aan de voorzijde de voorhoorn, aan de achterzijde de achterhoorn. Het gedeelte wat tussen de voor- en achterhoorn ligt wordt wel middenhoorn genoemd.

Spieren

De spieren (spier = musculus) die voor de bewegingen van het kniegewricht zorgen zijn de vierkoppige bovenbeenstrekker (musculus quadriceps) en de buigers (hamstrings) van de knie. De vierkoppige bovenbeenstrekker zit vast aan de bovenkant van de knieschijf. De knieschijf is op zijn beurt weer verbonden met een stevige band aan de voorzijde van het bovenste deel van het scheenbeen. Dit wordt de knieschijfpees (ligamentum patellae) genoemd.

Slijmbeurzen

Een slijmbeurs is een dunwandige holte die gevuld is met dezelfde stroperige vloeistof als het gewrichtsvocht. Slijmbeurzen zitten op plaatsen die aan wrijving onderhevig zijn: tussen bot en huid; tussen pees en de huid en tussen pees en een botstuk. Een pees is een koordvormige of platte bindweefselverbinding tussen spier en bot. De belangrijkste slijmbeurzen rond de knie zijn die tussen de knieschijf en de huid (bursa prepatellaris) en tussen de knieschijfpees en de huid.

De knie heeft bij veel sporten maar ook in het dagelijks leven vaak veel te verduren en kunnen er ongemakken ontstaan als stijfheid en pijn bij het buigen. Rust en ondersteuning is dan een eerste behandel method

>>> 

Mocht daarmee de klacht niet verholpen worden, is het zaak dat u naar uw huisarts gaat om het te laten onderzoeken.

Een hielspoor

Hielspoor is een ontsteking bij de aanhechting van de peesplaat onder de voet aan het hielbeen. Eigenlijk is hielspoor een vergevorderd stadium van een peesplaatontsteking. De ontsteking is dan zo ver doorgegaan, dat er een benige uitwas is ontstaan aan de onderzijde van het hielbeen. Zie ook de röntgenfoto rechts.

Een enkele keer wordt er hielspoor gezien aan de achterzijde van de voet. Deze zit dan ter hoogte van de aanhechting van de achillespees aan het hielbeen.

De belangrijkste oorzaak van hielspoor is overbelasting door het continu overrekken van de peesplaat onder de voet. Dit kan veroorzaakt worden door een platvoet of een holvoet, maar ook door het dragen van te harde zolen in de schoenen.

Hielspoor wordt ook wel fasciitis plantaris genoemd.

Symptomen van hielspoor

Het belangrijkste symptoom van hielspoor zijn pijnklachten onder de voet. De pijn treedt met name op bij lopen en sporten en zit net voor het kussentje onder het hielbot.

Het stellen van de diagnose hielspoor

De diagnose hielspoor wordt gesteld na lichamelijk onderzoek. De orthopedisch chirurg analyseert uw looppatroon en bekijkt de voet en de enkel. Op de plek van de aanhechting van de peesplaat aan het hielbeen zal lokaal drukpijn zijn.

Röntgenfoto’s voegen meestal weinig toe aan het stellen van de diagnose hielspoor.

Behandeling van hielspoor

De behandeling van hielspoor hangt af van de oorzaak. Is de oorzaak een platvoet of holvoet, dan kan een corrigerende steunzool worden voorgeschreven. Hiermee wordt de chronische overbelasting van de peesplaat onder de voet weggenomen.

Is er geen afwijking van de voet, dan wordt meestal geadviseerd een siliconen zooltje onder de hiel te gaan dragen.

>>> 

Als extra kan een injectie met ontstekingsremmers worden gegeven op de plek van de ontsteking. Hiermee wordt de irritatie lokaal verminderd.

Een enkele keer wordt loopgips voorgeschreven om zo de voet te ontlasten en te laten genezen. Nog uitzonderlijker is het opereren van de voet. De aanhechting van de peesplaat aan het hielbeen wordt hierbij losgemaakt. Dit geeft echter langdurig klachten en wordt daarom weinig uitgevoerd.

Hielspoor is vaak hardnekkig en het herstel kan maanden duren. De klachten zullen echter geleidelijk aan minder worden. 

Een bunion van de teen

Wat is een bunion?

Bij de grote (en ook de kleine) teen zit het bot vlak onder de huid. Omdat de huid soepel over het gewricht moet kunnen glijden, zit er een holte met slijmerig vocht tussen de huid en het gewricht, de zogenaamde slijmbeurs.

Een bunion is nu een geïrriteerde of ontstoken zwelling aan de basis van de grote teen. De zwelling ontstaat door verdikking van het bot (A – zie plaatje) en het onderhuidse weefsel. Ook is vaak de onderhuidse slijmbeurs (B – zie plaatje) opgezet.

Wat is de oorzaak?

Door het dragen van bijvoorbeeld een te smalle schoen, raakt het gewricht van de grote teen bekneld en geïrriteerd. Dit kan op den duur leiden tot een chronische zwelling van het beknelde weefsel. Er ontstaat dan een bunion en soms een blijvende kromstand van de teen.

Sommige mensen hebben van nature een brede voorvoet (‘spreidvoet’) welke meer kans geeft op het krijgen van deze aandoening.

Bij oudere mensen kan een kromstand van de grote teen optreden door slijtage in het gewricht. Door deze slijtage verbreden de botten van het gewricht zich, steken uit en geven zo een chronische druk en irritatie.

Wat zijn de klachten?

De aandoening kan zowel aan één als aan beide voeten voorkomen. Het geeft pijnklachten aan het uitstekende botstuk aan de basis van de grote teen. Soms kan het gehele gewricht ontstoken raken. Vaak zal de patiënt beter op blote voeten dan in schoenen kunnen lopen.

Hoe wordt de diagnose bunion gesteld?

Voor een juiste diagnose is alleen lichamelijk onderzoek voldoende. Vaak wordt ook een röntgenfoto gemaakt. Behalve het kunnen vaststellen van eventuele slijtage in het gewricht, is op een foto ook beter de oorzaak en mechanische achtergrond van de standsafwijking te beoordelen.

Behandeling van een bunion van de teen

Welke behandelingen zijn mogelijk?

In het begin is het dragen van breder schoeisel zonder (hoge) hak meestal voldoende. Ook zijn er silicone prostheses beschikbaar die verlichting kunnen berengen. Indien dit niet meer voldoende helpt, kan een operatie worden overwogen.

Hoe bereidt u zich voor?

Op de polikliniek zal uw arts u uitleg geven over de voorgenomen operatie. Vaak zult u een briefje meekrijgen, zodat u vóór uw ziekenhuisopname elleboogs-krukken bij de Thuiszorg / Kruisvereniging kunt lenen. Het is belangrijk, dat u de krukken bij opname in het ziekenhuis meebrengt.

Hoe verloopt de operatie?

Afhankelijk van welke ingreep noodzakelijk is om uw klacht te verhelpen wordt gekozen voor een poliklinische operatie, danwel een opname.

De operatie kan gebeuren onder algehele anesthesie (narcose) of onder regionale anesthesie. Bij regionale anesthesie, de zogenaamde ‘ruggeprik’, worden alleen beide benen verdoofd. De anesthesioloog zal met u bespreken welke verdoving voor u het beste is. Wanneer de ingreep niet te uitgebreid hoeft te zijn kan ook plaatselijke verdoving worden toegepast.

Tijdens de operatie wordt een snee aan de binnenzijde van de voet gemaakt, waardoor eerst de slijmbeurs wordt verwijderd. Het gewrichtskapsel wordt losgemaakt en het uitstekende botstuk verwijderd. Indien er beginnende slijtage is, wordt het gewricht schoongemaakt. Hierna wordt het kapsel en de huid weer gehecht.

Na de operatie

Direct na de operatie krijgt u een verband om de voet. Het is belangrijk dat u de eerste dagen de voet goed hoog houdt om zo min mogelijk zwelling van de teen en voet te krijgen en liefst met krukken te lopen.

Aangeraden wordt om de eerste twee weken na de operatie met lopen alleen op de hiel te steunen.
Daar zijn voor tijdelijk special schoenen voor beschikbaar waarbij bij het afwikkelen van de voet de teen niet belast wordt

Wat zijn de mogelijke complicaties van de operatie?

Complicaties komen bij deze operatie zelden voor. Bloedingen en/of een wondinfectie kunnen optreden. Soms wordt een huidzenuwtje beschadigd, waardoor een doof gevoel in de teen kan optreden. Dit is meestal van tijdelijke aard.

Hoe verloopt het herstel na de operatie?

Na de operatie blijft de teen nog weken gevoelig. Het litteken op de voet kan soms nog enkele maanden pijnlijk blijven. Het dragen van (strak) schoeisel is de eerste weken meestal niet prettig.

Omdat beter te kunnen verdragen zijn er sliconen prostheses op de markt

>>> 

Na de operatie moet de teen er weer zo uitzien:
 

Hallux rigidus & Hallux valgus

Hallux rigidus (verstijving van de grote teen)

Een hallux rigidus is een verstijving van de grote teen als gevolg van slijtage. Meestal staat de teen rechtuit en is de functie van de grote teen beperkt.

De functie van de grote teen is belangrijk tijdens het lopen. De afzet wordt voor een deel door de grote teen verricht. Daarom is de grote teen ook extra gevoelig voor slijtage; dit gewricht vangt de grootste druk op tijdens het lopen.

Omdat het gewricht bij hallux rigidus niet meer goed kan buigen (omhoog bewegen), kan krachtig afzetten pijnlijk zijn. Soms zelfs gewoon lopen. De slijtage hoeft niet pijnlijk te zijn. Soms ook ontstaan er geleidelijk pijnklachten. Bij ernstige hallux rigidus kan er ook in rust sprake zijn van pijn.

Vaak treedt hallux rigidus pas op na het vijftigste levensjaar, maar het kan ook op jongere leeftijd voorkomen. Dan ligt er vaak een sportblessure aan ten grondslag.

Diagnose en behandeling van hallux rigidus

De diagnose hallux rigidus kan gesteld worden aan de hand van lichamelijk onderzoek gecombineerd met een röntgenfoto van de voet. Op de röntgenfoto is de slijtage goed zichtbaar. Wat bij het lichamelijk onderzoek op zal vallen is de verminderde functie van het gewricht van de grote teen en dat het gewricht gezwollen is.

De behandeling start meestal met ander schoeisel. Met behulp van een stijvere zool zal geprobeerd worden het afwikkelmoment van de voet naar achteren te brengen (richting de hiel). Zo wordt het versleten gewricht van de grote teen ontlast.

Houdt de pijn ondanks de andere zolen toch aan, dan kan een operatie overwogen worden. Er zijn twee mogelijke operaties, namelijk de artrodese en de resectie-artroplastiek, ook wel cheilectomie genoemd.

Bij een artrodese wordt het stijve en versleten gewricht vastgezet. Het doel is om een pijnvrije situatie te creëren waarbij de teen iets naar boven en naar binnen wordt gericht. Na een geslaagde operatie kan dan weer normaal schoeisel worden gedragen.
Een van de eigenschappen is wel dat de grote teen dan over de tweede teen heenschuift. Dit voorzaakt blaren en eeltvorming die het lopen weer ongemakelijk maakt.
Daar is een eenvoudige en goedwerkende oplossing voor middels een pijpsok met silicone binnen zijde. 

>>>

Bij een cheilectomie wordt een deel van de woekeringen rondom het pijnlijke gewricht weggehaald. Het gewricht blijft dan beweeglijk en de functie zal weer enigszins toenemen. Deze laatste operatie wordt meestal op oudere leeftijd gekozen. Het nadeel is namelijk dat bij een cheilectomie de afzetkracht vermindert, wat voor jonge mensen vervelender is dan voor oudere mensen. 

Hallux valgus

Hallux valgus is een standsafwijking van de grote teen. De grote teen staat hierbij naar buiten gericht.

Soms ontstaat er een pijnlijke, ontstoken slijmbeurs aan de binnenzijde van de grote teen. Dit wordt een bunion genoemd. De grote teen zal in een verder gevorderd stadium ook in een gedraaide stand komen te staan.

Op jonge leeftijd kan er al sprake zijn van hallux valgus. Op latere leeftijd komt het vooral voor bij vrouwen (90% van de gevallen). Er lijkt een erfelijke factor aanwezig te zijn, omdat het bij vrouwen vaak in de hele familie voorkomt.

Meestal komt een hallux valgus in combinatie met een verkorte achillespees of een doorgezakte voet. Ook damesschoenen helpen niet mee. De schoen is vaak te smal en door de hoge hakken komt er extra druk te staan op de voorvoet. Dat is ook een mogelijke oorzaak van een hallux valgus.

Klachten bij een hallux valgus

Als er sprake is van pijn bij hallux valgus, komt dat meestal door een bunion. Deze kan door druk van de schoen geïrriteerd raken en er ontstaat dan een slijmbeursontsteking in de teen. Ook de tweede teen (naast de grote teen) kan in de knel komen te zitten. Dat geeft een drukplek.

Het stellen van de diagnose hallux valgus

Hallux valgus wordt vastgesteld door lichamelijk onderzoek, gecombineerd met een röntgenfoto om te kijken of er ook slijtage is van het teengewricht tussen het middenvoetsbeentje en de grote teen. Ook kan op deze röntgenfoto gezien worden hoe ernstig de standsafwijking is. Dit kan worden opgemeten en in graden worden uitgedrukt.

Behandeling van een hallux valgus

Bij een hallux valgus wordt altijd eerst geprobeerd de klachten te verhelpen zonder een operatie. Hierbij gaat het vooral om het aanpassen van de schoenen. Schoenen van zacht leer zijn comfortabel en kunnen ook opgerekt worden op de plek van de pijn. Daarnaast wordt het dragen van hoge hakken en schoenen met een smalle punt, sterk afgeraden. Om het ongemak en de pijn te verlichten zijn er verschillende siliconen prothese in de markt als:

>>> 

Als er een onderliggende oorzaak is zoals platvoeten of eelt onder de bal van de voet, dan kunnen de klachten vaak met een steunzool worden verholpen.

Mocht dit allemaal niet helpen, dan kan mogelijk een operatie worden uitgevoerd.

Operatieve behandeling van een hallux valgus

Als de bovengenoemde behandelingen niet helpen, kan besloten worden tot een operatie waarbij de standsafwijking van de grote teen wordt weggenomen. Hiervoor zijn verschillende technieken beschikbaar en de chirurg zal bepalen welke voor u het beste is.

Meestal is de operatie een combinatie van osteotomie, artrodese en het herstellen van de weke delen. Osteotomie is het doorzagen van de botjes in de teen en deze weer in de juiste stand aan elkaar zetten. Artrodese is het vastzetten van het gewricht tussen voet en teen. De weke delen tenslotte zijn de structuren rondom het gewricht van de grote teen. Deze zijn vaak opgerekt door de hallux valgus en kunnen ingekort worden.

Na de operatie van een hallux valgus

Afhankelijk van de soort operatie, krijgt u na de operatie gips om de teen/voet of een steunend drukverband. De voet mag dan meestal enkele weken niet belast worden. Dit zal uw arts met u bespreken.

Als het gips of het verband van de voet/teen afgaat, is er vaak sprake van stijfheid van de grote teen. Door oefening kan deze stijfheid weer verdwijnen.

Na een halfjaar is de stijfheid en de zwelling in de teen meestal wel verdwenen.

Mocht er na verloop van tijd opnieuw een hallux valgus ontstaan, dan kan dit weer geopereerd worden. 

Uw voeten en tenen zijn belangrijk

De voeten spelen een belangrijke rol in het leven. Ze moeten je je hele leven dragen en worden dagelijks gebruikt. Voetproblemen zijn dan ook vaak een groot struikelblok voor degene die er last van heeft, hoe klein de klachten ook zijn.

Vaak hebben we daar zelf schuld aan om schoenen te kopen die misschien zeer modieus of heel geriefelijk zijn maar niet echt voldoen aan de eis van een goede schoen.

Eigenlijk hebben we allemaal wel eens last van onze voeten. Na een lange dag werken zijn we blij als de schoenen uitgaan. Of als we een leuk dagje op stap gaan hebben we altijd dat ‘speciale’ paar schoenen waarbij we het minste last hebben van onze voeten en waar we lang op kunnen lopen zonder al teveel pijn te hebben aan onze ‘onderdanen’.

In sommige gevallen zijn de problemen groter. We spreken dan over echt pijn in de voet tijdens het lopen waardoor lopen geen plezier meer geeft en men liever thuis blijft. Dan is het echt verstandig om uit te laten zoeken wat er aan de hand is en dat doet u bij een podoloog of uw huisarts die u weer kan door verwijzen naar een orthopeed.

Veel voorkomende voetproblemen zijn:

Hamertenen en klauwtenen

Wat zijn het en hoe kom je er van af.

Klauwtenen en hamertenen zijn verschillend, maar lijken wel op elkaar. En vaak wordt voor klauwtenen ook de term hamertenen gebruikt en visaversa.

Er is sprake van klauwtenen als de eerste twee teenkootjes van een teen in een onnatuurlijke hoek staan ten opzichte van elkaar. Het uiteinde van de teen raakt dan de grond. Er is sprake van een dynamische klauwteen als de de stand nog corrigeerbaar/beweeglijk is. Is de stand blijvend en dus niet meer te corrigeren, dan is het een gefixeerde klauwteen.

Er is spraken van hamertenen als het eerste gewrichtje in een teen gebogen is en het ander gewricht overstrekt. Ook hier kan de situatie dynamisch en gefixeerd zijn.

Het kan bij alle tenen voorkomen. De grote teen heeft 2 teenkootjes (vergelijkbaar met de duim) en de overige tenen hebben drie teenkootjes (vergelijkbaar met de vingers).

Oorzaak van hamertenen en klauwtenen

Er zijn verschillende oorzaken mogelijk, waaronder artrose (slijtage) van de tenen, hallux valgus (scheefstand van de grote teen), een doorgezakte voorvoet, een te lange teen ten op zichte van de andere tenen en het dragen van te kleine schoenen.

Klachten van hamertenen en klauwtenen

De belangrijkste klacht is pijn als gevolg van eelt of likdoorns op de teenknokkels en de teentoppen. Eelt en likdoorns ontstaan door de afwijkende stand van de tenen. Vooral als er schoenen worden gedragen, kan dit pijnlijk zijn.

De behandeling van hamertenen en klauwtenen

De behandeling van hamertenen en klauwtenen begint met schoenadvies. Ook kunnen er steunzolen worden voorgeschreven. Daarnaast zijn er een aantal silicone prostheses op de markt die bij pijn verlichting kunnen brengen. Hiermee wordt geprobeerd de klachten te verhelpen.

>>> 

Mochten de pijnklachten toch aanhouden, dan kan er besloten worden om te gaan opereren.

Operatie van hamertenen en klauwtenen

Als er besloten wordt tot een operatie, wordt het gewricht tussen het eerste en tweede kootje van de teen weggehaald. Ook een deel van het eerste kootje zelf wordt verwijderd. Als de specialist de teen gaat vastzetten, haalt hij een klein stukje van het eerste kootje weg. De kootjes gaan daarna aan elkaar groeien. Wordt er meer bot weggehaald door de specialist, dan gaan de kootjes niet aan elkaar groeien.

De teen voelt dan in het begin na de operatie slap aan. Na verloop van tijd wordt er littekenweefsel gevormd in de teen en krijgt de teen weer stevigheid. De teen wordt ook iets korter bij deze operatie en zal daardoor zeker geen drukproblemen meer veroorzaken.

Soms wordt er nog een metalen pen in de teen geplaatst om de teen te fixeren. Deze wordt enkele weken na de operatie weer uit de teen verwijderd maar er kan ook besloten worden dat deze blijft zitten.

Hamertenen en klauwtenen worden in principe niet geopereerd vanuit cosmetisch oogpunt.

Na de operatie

Na de operatie mag u dezelfde dag nog naar huis. U heeft dan wel een groot verband om de teen of tenen. Na een paar dagen rust kunt u weer op de voet gaan lopen.

Als er een metalen pen in de teen is geplaatst, mag u niet op uw tenen staan of lopen totdat de pen is weggehaald. Dat gebeurt dan meestal 3 of 4 weken na de operatie. Daar is tegenwoordig een special klap-schoen voor ontwikkeld die volledig stijf is en zo gevormd dat er toch een vorm van afwikkling van de voet kan plaats vinden. Deze wordt dan tijdelijk gedragen.

Tot slot kunnen schoenen de eerste paar weken na de operatie niet of niet goed passen, omdat de geopereerde tenen dikker worden. Dit trekt binnen enkele maanden weg.
Om kleine drukpunten te verlichten zijn er silicone prostheses beschikbaar

>>> 

Als de tenen na verloop van jaren weer kromtrekken, dan kan er nogmaals een operatie worden uitgevoerd.